Citaat | Rechtbank Zeeland-West-Brabant 29 juni 2018

Onder 2.10. Rechtbank Zeeland-West-Brabant 29 juni 2018

Een alinea uit Rechtbank Zeeland-West-Brabant 29 juni 2018, ECLI:NL:RBZWB:2018:3775.

Het Hof stelt verder vast dat een gemeente middels het heffen van parkeerbelasting in staat wordt gesteld haar parkeerbeleid vorm te geven en dat aan de gemeente in het algemeen een ruime beleidsvrijheid toekomt bij de vaststelling van de parkeertarieven. Echter, de wijze van heffen waarbij gedurende bepaalde tijdstippen een vast tarief van toepassing is, ongeacht de duur van het parkeren, is naar het oordeel van het Hof in strijd met artikel 234, vierde lid, van de Gemeentewet. Uitgaande van de parkeerduur van een uur en gegeven de naheffing parkeerbelasting van € 12,50, is aan belanghebbende de facto een naheffingsaanslag opgelegd naar een uurtarief van € 12,50. Een dergelijk tarief acht het Hof, mede in het licht van het hoogste tarief per uur dat de gemeente in 2012 hanteerde, te weten € 3 (…) buitenproportioneel en derhalve niet aanvaardbaar. Het Hof is dan ook van oordeel dat de Verordening en de Tarieven parkeerbelasting 2012 voor zover betrekking hebbende op ‘Dagtarief Binnenstad Noord-Oost; Rosarium’ in de onderhavige situatie strijdig is met artikel 234, vierde lid, van de Gemeentewet, dat de aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag dan ook ten onrechte is opgelegd en dat deze derhalve vernietigd dient te worden.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e47fcdfcc29becbe9f055685260b5c61830cc13d81c866dfef64303705a21a03. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e47fcdfcc29becbe9f055685260b5c61830cc13d81c866dfef64303705a21a03, en de alinea staat in dat document op bytes 13950 tot 15226.