Citaat | Rechtbank Zeeland-West-Brabant 24 januari 2018
Onder 2.14. Rechtbank Zeeland-West-Brabant 24 januari 2018
Een alinea uit Rechtbank Zeeland-West-Brabant 24 januari 2018, ECLI:NL:RBZWB:2018:429.
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel brengt, in een geval als hier, voor de inspecteur de verplichting mee belanghebbende in de gelegenheid te stellen om zijn opmerkingen kenbaar te maken voordat de naheffingsaanslag wordt opgelegd. Niet gebleken is dat die gelegenheid hier is geboden; de inspecteur heeft dat ook niet gesteld. De inspecteur heeft evenwel ter zitting als verweer gevoerd, onder verwijzing naar de in 2.5 vermelde e-mail, dat belanghebbende heeft gevraagd om oplegging van de naheffingsaanslag (hierna: het aanslagverzoek). Belanghebbende heeft daartegenover ter zitting aangevoerd dat die e-mail moet worden gezien in het grotere geheel: het is niet dat belanghebbende heeft gevraagd om geen vooraankondiging te ontvangen; zij heeft het verzoek gedaan omdat het kenteken niet werd afgegeven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/58fef80e7a3cdebb7aa3e135f3d12ea8e68ecae448f9a56ccb7a2a9477423c33. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 58fef80e7a3cdebb7aa3e135f3d12ea8e68ecae448f9a56ccb7a2a9477423c33, en de alinea staat in dat document op bytes 16579 tot 17469.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/58fef80e7a3cdebb7aa3e135f3d12ea8e68ecae448f9a56ccb7a2a9477423c33 | shasum -a 256