Citaat | Rechtbank Zeeland-West-Brabant 3 augustus 2018

Onder 2.7. Rechtbank Zeeland-West-Brabant 3 augustus 2018

Een alinea uit Rechtbank Zeeland-West-Brabant 3 augustus 2018, ECLI:NL:RBZWB:2018:4654.

Al wat belanghebbende heeft aangevoerd, heeft geen aanleiding gegeven voor een ander oordeel. Opmerking verdient daarbij dat de kern van belanghebbendes betoog is dat van (Unie)rechtswege recht bestaat op volledige rentevergoeding. Het hier door de rechtbank gegeven oordeel houdt echter niet in dat dit betoog onjuist is, maar houdt in dat het niet in strijd is met het Unierecht dat de wetgever heeft bepaald dat de ontvanger degene is die in eerste instantie bevoegd is om vast te stellen of en in hoeverre (invorderings)rente wordt vergoed in verband met in strijd met het Unierecht geheven belasting. Het voor belanghebbende belangrijke pijnpunt of het effectueren van een recht op (aanvullende) rentevergoeding afhankelijk mag worden gesteld van een (tijdig) verzoek, kan in deze procedure niet aan de orde komen. Dit betekent ook dat de rechtbank niet ingaat op het verzoek van belanghebbende om prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie voor te leggen over de verbindendheid van artikel 28c van de Invorderingswet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2273d4e49e6037bab9a99df0438cd3ddab538956fab24bf1f65a58e425de6c61. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2273d4e49e6037bab9a99df0438cd3ddab538956fab24bf1f65a58e425de6c61, en de alinea staat in dat document op bytes 16413 tot 17452.