Citaat | Rechtbank Zeeland-West-Brabant 4 september 2018

Onder 3.2 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 4 september 2018

Een alinea uit Rechtbank Zeeland-West-Brabant 4 september 2018, ECLI:NL:RBZWB:2018:5152.

Resumerend stelt de rechtbank vast dat er van het begin af aan sprake was van een redelijk vermoeden van schuld, welk vermoeden in de loop der tijd bij voortduring werd geactualiseerd door nieuwe CIE-informatie en de resultaten van het opsporingsonderzoek. De officier van justitie had voldoende om [medeverdachte 1] en anderen stelselmatig te gaan observeren en telefoons af te tappen en kreeg daarvoor ook de vereiste toestemming van de rechter-commissaris, tot welke toestemming de rechter-commissaris, marginaal toetsend, ook in redelijkheid heeft kunnen besluiten. De resultaten van die toepassing van dwangmiddelen kunnen derhalve worden gebruikt. Van enige onrechtmatigheid is niet gebleken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a313d07f3beee61c100ec01bc32ef66131e021deab58dd377ac75404ea7a33ea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a313d07f3beee61c100ec01bc32ef66131e021deab58dd377ac75404ea7a33ea, en de alinea staat in dat document op bytes 33126 tot 33838.