Citaat | Rechtbank Zeeland-West-Brabant 22 mei 2019
Onder 4.1.3. Rechtbank Zeeland-West-Brabant 22 mei 2019
Een alinea uit Rechtbank Zeeland-West-Brabant 22 mei 2019, ECLI:NL:RBZWB:2019:2305.
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel brengt, in een geval als hier, voor de inspecteur de verplichting mee belanghebbende in de gelegenheid te stellen om zijn opmerkingen kenbaar te maken voordat de naheffingsaanslag wordt opgelegd (vgl. HR 4 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3467). Tussen partijen is niet in geschil dat dit niet is gebeurd. Het niet-horen kan onder omstandigheden gerechtvaardigd zijn (vgl. HR 14 augustus 2015, ECLI:NL:HR:2015:2161), maar de inspecteur heeft daartoe geen feiten en omstandigheden gesteld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc1cc2ea1d48584de9f141bfd0c82826156f301d25e07f0a13d0fb4b9ed65cce. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc1cc2ea1d48584de9f141bfd0c82826156f301d25e07f0a13d0fb4b9ed65cce, en de alinea staat in dat document op bytes 18094 tot 18635.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cc1cc2ea1d48584de9f141bfd0c82826156f301d25e07f0a13d0fb4b9ed65cce | shasum -a 256