Citaat | Rechtbank Zeeland-West-Brabant 22 mei 2019

Onder 4.1.6. Rechtbank Zeeland-West-Brabant 22 mei 2019

Een alinea uit Rechtbank Zeeland-West-Brabant 22 mei 2019, ECLI:NL:RBZWB:2019:2305.

De vraag is vervolgens welke gevolgen aan schending van het verdedigingsbeginsel kunnen worden verbonden. Het komt de rechtbank voor dat, ook als aan het andere-afloop-criterium is voldaan, niet steeds het gevolg moet zijn dat de naheffingsaanslag vernietigd moet worden. Een meer proportionele benadering, die in overeenstemming is met het beginselkarakter van de rechten van verdediging, kan zijn om onder omstandigheden de naheffingsaanslag gedeeltelijk te verminderen. De rechtbank vindt daarvoor steun in het arrest HR 14 augustus 2015, ECLI:NL:HR:2015:2161, rov. 2.7.4, waarin is overwogen: “(…) Het verwijzingshof dient te beoordelen of de inbreng van belanghebbende tot een andere afloop had kunnen leiden en zo ja, in hoeverre . Alsdan dient de aansprakelijkstelling derhalve ook voor dat bedrag aan omzetbelasting ongedaan te worden gemaakt” ( curs . rechtbank). De rechtbank is van oordeel dat de voormelde proportionele benadering hier aangewezen is. De rechtbank is verder van oordeel dat geen feiten en omstandigheden aannemelijk zijn gemaakt op basis waarvan geconcludeerd kan worden dat naar aanleiding van de inbreng van belanghebbende het primaire besluitvormingsproces tot een lagere naheffingsaanslag zou hebben kunnen leiden dan de naheffingsaanslag zoals die verminderd is na de uitspraak op bezwaar.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc1cc2ea1d48584de9f141bfd0c82826156f301d25e07f0a13d0fb4b9ed65cce. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc1cc2ea1d48584de9f141bfd0c82826156f301d25e07f0a13d0fb4b9ed65cce, en de alinea staat in dat document op bytes 21854 tot 23297.