Citaat | Rechtbank Zeeland-West-Brabant 22 mei 2019

Onder 4.3.4. Rechtbank Zeeland-West-Brabant 22 mei 2019

Een alinea uit Rechtbank Zeeland-West-Brabant 22 mei 2019, ECLI:NL:RBZWB:2019:2305.

De rechtbank verwerpt niettemin het betoog van belanghebbende dat het niet-toestaan van de door haar bepleite herleidingmethode in strijd is met artikel 110 VWEU. Vooropgesteld wordt dat het stelsel van de Wet Bpm met betrekking tot de heffing van Bpm ter zake van de registratie van geïmporteerde gebruikte auto’s als uitgangspunt inmiddels in overeenstemming is met het Unierecht omdat met waardeverminderingen rekening kan worden gehouden. Artikel 110 VWEU noopt niet tot aanvaarding van de herleidingmethode. Deze methode is weliswaar gebaseerd op een op zichzelf rationele gedachtegang bij de derde vergelijking (zie 4.3.3 hiervoor), maar zij gaat daarbij wel uit van een van al te zeer hypothetische situatie, die niet verifieerbaar is. Daarbij komt dat de methode in zekere zin een uit het Besluit voortvloeiende goedkeuring, tot regel verheft, terwijl deze goedkeuring slechts als praktische werkwijze in het Besluit is opgenomen als tegemoetkoming in de bewijslast voor belastingplichtigen (zodat bij latere registratie van de auto niet opnieuw een taxatierapport hoeft te worden opgemaakt). Toepassing van de herleidingmethode zou bovendien leiden tot willekeurige resultaten omdat de uitkomst afhankelijk zou worden van de datum van de gebruikte koerslijst, de soort koerslijst, en de gehanteerde kilometerstand.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc1cc2ea1d48584de9f141bfd0c82826156f301d25e07f0a13d0fb4b9ed65cce. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc1cc2ea1d48584de9f141bfd0c82826156f301d25e07f0a13d0fb4b9ed65cce, en de alinea staat in dat document op bytes 34865 tot 36205.