Citaat | Rechtbank Zeeland-West-Brabant 22 mei 2019
Onder 4.9. Rechtbank Zeeland-West-Brabant 22 mei 2019
Een alinea uit Rechtbank Zeeland-West-Brabant 22 mei 2019, ECLI:NL:RBZWB:2019:2305.
Belanghebbende heeft gesteld dat de inspecteur bij het opleggen van de naheffingsaanslag tegen beter weten in heeft gehandeld door de afschrijvingstabel toe te passen. Gelet op de jurisprudentie, waarin talloze malen is beslist dat de afschrijvingstabel onverenigbaar is met het Europese recht en gelet op het zeer uitgebreide koerslijstonderzoek dat bij de aangifte is overgelegd, moest de inspecteur hebben geweten dat er geen plaats is voor een heffing op grond van de afschrijvingstabel. Voorts moest de naheffingsaanslag worden betaald nog voordat het kenteken kon worden afgegeven, derhalve is de naheffingsaanslag prematuur. In de bezwaarfase is, na onderzoek door de inspecteur, de naheffingsaanslag verminderd. Gelet op het voorgaande heeft de inspecteur een beslissing genomen waarvan hij moest hebben geweten dat deze geen stand zou houden en heeft hij daarmee in verre mate onzorgvuldig gehandeld. Dat rechtvaardigt een integrale proceskostenvergoeding voor de bezwaarfase van € 2.100.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc1cc2ea1d48584de9f141bfd0c82826156f301d25e07f0a13d0fb4b9ed65cce. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc1cc2ea1d48584de9f141bfd0c82826156f301d25e07f0a13d0fb4b9ed65cce, en de alinea staat in dat document op bytes 43035 tot 44047.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cc1cc2ea1d48584de9f141bfd0c82826156f301d25e07f0a13d0fb4b9ed65cce | shasum -a 256