Citaat | Rechtbank Zeeland-West-Brabant 31 oktober 2019
Onder 2.9. Rechtbank Zeeland-West-Brabant 31 oktober 2019
Een alinea uit Rechtbank Zeeland-West-Brabant 31 oktober 2019, ECLI:NL:RBZWB:2019:4775.
De rechtbank is van oordeel dat belanghebbende tevergeefs een vergoeding van de werkelijke kosten bepleit. Een hogere dan een forfaitaire vergoeding op grond van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht (hierna: het Besluit) kan slechts worden toegepast indien er sprake is van een bijzondere omstandigheid. Belanghebbende heeft daartoe onvoldoende concrete feiten en omstandigheden gesteld en ook overigens is niet gebleken van bijzondere omstandigheden. Het enkele feit dat in strijd met het Unierecht zou zijn geheven, brengt nog niet mee dat aanspraak op een hogere vergoeding dan een forfaitaire vergoeding kan worden gemaakt. Het beroep op artikel 47, derde alinea van het Handvest maakt dat niet anders, reeds omdat in de onderhavige zaken niet is gesteld dat belanghebbende niet beschikte over toereikende financiële middelen om rechtsbijstand te verkrijgen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e1bc0eee8a71d50bb9aafcbfe12897e9f7d4967a681e5dba97ccebafe1b17ed3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e1bc0eee8a71d50bb9aafcbfe12897e9f7d4967a681e5dba97ccebafe1b17ed3, en de alinea staat in dat document op bytes 19056 tot 20025.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e1bc0eee8a71d50bb9aafcbfe12897e9f7d4967a681e5dba97ccebafe1b17ed3 | shasum -a 256