Citaat | Rechtbank Zeeland-West-Brabant 31 oktober 2019
Onder 2.14. Rechtbank Zeeland-West-Brabant 31 oktober 2019
Een alinea uit Rechtbank Zeeland-West-Brabant 31 oktober 2019, ECLI:NL:RBZWB:2019:4775.
In de toewijzing van het verzoek om vergoeding van immateriële schade vindt de rechtbank aanleiding de inspecteur te veroordelen tot betaling van een tegemoetkoming in de kosten, die belanghebbende in verband met de behandeling van de beroepen redelijkerwijs heeft moeten maken. De rechtbank ziet geen gronden voor een veroordeling in de werkelijke proceskosten, ook niet op grond van het Unierecht (zie 2.9). Een hogere vergoeding dan een forfaitaire vergoeding is evenmin geboden door de omstandigheid dat de redelijke termijn is overschreden. Voor zover het betoog van belanghebbende moet worden opgevat als mede omvattend een verwijzing naar het arrest Gascogne, ECLI:EU:C:2013:770, dan is de rechtbank van oordeel dat dat arrest er niet op duidt dat het Unierecht daartoe wel dwingt. Belanghebbende betoogt weliswaar met juistheid dat gelet op die omstandigheid de onrechtmatigheid gegeven is, maar dat brengt nog niet mee dat een hogere proceskostenvergoeding geboden is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e1bc0eee8a71d50bb9aafcbfe12897e9f7d4967a681e5dba97ccebafe1b17ed3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e1bc0eee8a71d50bb9aafcbfe12897e9f7d4967a681e5dba97ccebafe1b17ed3, en de alinea staat in dat document op bytes 23829 tot 24884.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e1bc0eee8a71d50bb9aafcbfe12897e9f7d4967a681e5dba97ccebafe1b17ed3 | shasum -a 256