Citaat | Rechtbank Zeeland-West-Brabant 12 december 2019

Onder 2.11. Rechtbank Zeeland-West-Brabant 12 december 2019

Een alinea uit Rechtbank Zeeland-West-Brabant 12 december 2019, ECLI:NL:RBZWB:2019:5521.

De rechtbank merkt ten overvloede op dat ook als de afwijzing van de inspecteur op inhoudelijke gronden zou zijn gebeurd, het beroep ook ongegrond zou zijn. Voor de overwegingen verwijst naar voornoemde uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch. De rechtbank ziet geen aanleiding om anders te oordelen. Opmerking verdient daarbij dat de kern van het betoog van belanghebbende over de aangiftesoftware voorbij gaat aan de juridische kern van de zaak. Die kern is dat – zoals het Gerechtshof ook heeft uiteengezet – gelet op artikel 2.17, vierde lid van de Wet IB 2001 de verdeling van de gezamenlijke grondslag bij een belastingplichtige en zijn partner niet meer gewijzigd kan worden als de aanslagen onherroepelijk vaststaan, dus ook niet via een verzoek om ambtshalve vermindering. Dit betekent ook dat niet relevant is of wat belanghebbende aanvoert over de aangiftesoftware juist is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b83865ed6572797cea57e72f061eb510ef412d37a61908c0c1a110aca7a7d928. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b83865ed6572797cea57e72f061eb510ef412d37a61908c0c1a110aca7a7d928, en de alinea staat in dat document op bytes 20439 tot 21350.