Citaat | Rechtbank Zeeland-West-Brabant 26 februari 2019

Onder 1.2. Rechtbank Zeeland-West-Brabant 26 februari 2019

Een alinea uit Rechtbank Zeeland-West-Brabant 26 februari 2019, ECLI:NL:RBZWB:2019:801.

Op 9 november 2016 heeft A-G Wattel geconcludeerd tot het stellen van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: Hof van Justitie) (ECLI:NL:PHR:2016:1106). Op 3 maart 2017 heeft de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2017:342, BNB 2017/86; hierna: het arrest BNB 2017/86) een arrest gewezen waarbij – kort gezegd – aan het Hof van Justitie prejudiciële vragen zijn gesteld. Uit de motivering van het arrest blijkt dat deze vragen betrekking hebben op door de rechtbank voorgelegde vragen 1, 2, 3 en 5, en niet op vragen 4a en 4b. De door de Hoge Raad gestelde vragen luiden als volgt:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fdb72e494ae2f3a5700dc2786d5a6303f7ad95ac9a152605493e379205dc0b70. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fdb72e494ae2f3a5700dc2786d5a6303f7ad95ac9a152605493e379205dc0b70, en de alinea staat in dat document op bytes 12097 tot 12718.