Citaat | Rechtbank Zeeland-West-Brabant 26 februari 2019
Onder 2.19. Rechtbank Zeeland-West-Brabant 26 februari 2019
Een alinea uit Rechtbank Zeeland-West-Brabant 26 februari 2019, ECLI:NL:RBZWB:2019:801.
Ten tweede, de opvatting gaat ervan uit dat naar de huidige stand van het recht – dus afgezien van de (door conclusie Wattel, 2.14 genoemde) mogelijkheid van wetgeving met terugwerkende kracht – de bedoelde voorwaarde kan worden gesteld door de Belastingdienst, hoewel de Nederlandse wet niet erin voorziet. Naar de rechtbank begrijpt is de gedachte dat het unierecht (niet meer dan) een nationale behandeling vereist en dat het Hof van Justitie geen windfall profit kan hebben beoogd (vgl. conclusie Wattel, 2.12-2.13). Echter, ook A-G Wattel laat (enige) twijfel doorschemeren of wellicht niet toch een wettelijke basis is vereist ‘naar puur nationaal recht’ (vgl. conclusie Wattel, 2.14). Ook de rechtbank vraagt zich dat af (vgl. in een andere zaak met betrekking tot een andere, maar wel verwante, kwestie ECLI:NL:RBZWB:2018:6531, rov. 4.30.2), mede gelet op de hierna aan de orde komende vervolgvragen en de grenzen aan rechtsvorming door de rechter.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fdb72e494ae2f3a5700dc2786d5a6303f7ad95ac9a152605493e379205dc0b70. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fdb72e494ae2f3a5700dc2786d5a6303f7ad95ac9a152605493e379205dc0b70, en de alinea staat in dat document op bytes 42129 tot 43106.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fdb72e494ae2f3a5700dc2786d5a6303f7ad95ac9a152605493e379205dc0b70 | shasum -a 256