Citaat | Rechtbank Zeeland-West-Brabant 26 februari 2019

Onder 2.24. Rechtbank Zeeland-West-Brabant 26 februari 2019

Een alinea uit Rechtbank Zeeland-West-Brabant 26 februari 2019, ECLI:NL:RBZWB:2019:801.

- Vraag 2b: “ de inspecteur beantwoordt het eerste deel van de vraag bevestigend. De inspecteur beantwoordt vervolgvraag (i) met: de staat van vestiging van het beleggingsfonds, waarbij enkel belang toekomt aan de dividendbelasting of een daarmee vergelijkbare buitenlandse bronheffing. (…) De inspecteur vat [vervolgvraag (ii)] als volgt op: moet er ook rekening worden gehouden met de buitenlandse (dividend)belasting indien deze lager is dan de veronderstelde Nederlandse uitgangsbelasting, ervan uitgaande dat in punt 84 van het Fidelity-arrest wordt gedoeld op buitenlandse (dividend)belasting? De inspecteur is (op dit moment) geneigd deze vraag bevestigend te beantwoorden. De inspecteur licht zijn zienswijze met een voorbeeld toe. Stel dat door een Nederlands beursfonds 200 dividend wordt uitgekeerd waarop 30 dividendbelasting is ingehouden. Voorts is door het buitenlandse beleggingsfonds aannemelijk gemaakt dat op het dooruitgedeelde Nederlandse dividend 20 aan buitenlandse (dividend)belasting is ingehouden en verder is door het buitenlandse beleggingsfonds aannemelijk gemaakt dat de uitgangsbelasting bij veronderstelde vestiging in Nederland 24 zou bedragen. Op het eerste oog lijkt het gevolg te

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fdb72e494ae2f3a5700dc2786d5a6303f7ad95ac9a152605493e379205dc0b70. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fdb72e494ae2f3a5700dc2786d5a6303f7ad95ac9a152605493e379205dc0b70, en de alinea staat in dat document op bytes 52559 tot 53825.