Citaat | Rechtbank Zeeland-West-Brabant 26 februari 2019
Onder 2.25. Rechtbank Zeeland-West-Brabant 26 februari 2019
Een alinea uit Rechtbank Zeeland-West-Brabant 26 februari 2019, ECLI:NL:RBZWB:2019:801.
Bij de in 1.7 vermelde beslissing van 29 oktober 2017 tot partiële intrekking heeft de Hoge Raad zijn tweede en derde prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie gehandhaafd. Deze vragen hebben betrekking op de tweede, derde en vijfde prejudiciële vraag van de eerste Rb-beslissing. De rechtbank geeft de Hoge Raad in overweging de overige eerder voorgelegde prejudiciële vragen alsmede de bij deze beslissing voorgelegde prejudiciële vragen reeds te beantwoorden, voor zover dat mogelijk is, zonder het antwoord van het Hof van Justitie af te wachten op de gehandhaafde prejudiciële vragen. De rechtbank wijst in dit verband op het belang van (tijdige) duidelijkheid, mede met het oog op de aangehouden zaken (zie 2.13-2.14).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fdb72e494ae2f3a5700dc2786d5a6303f7ad95ac9a152605493e379205dc0b70. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fdb72e494ae2f3a5700dc2786d5a6303f7ad95ac9a152605493e379205dc0b70, en de alinea staat in dat document op bytes 54405 tot 55151.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fdb72e494ae2f3a5700dc2786d5a6303f7ad95ac9a152605493e379205dc0b70 | shasum -a 256