Citaat | Rechtbank Zeeland-West-Brabant 4 maart 2020

Onder 3.15. Rechtbank Zeeland-West-Brabant 4 maart 2020

Een alinea uit Rechtbank Zeeland-West-Brabant 4 maart 2020, ECLI:NL:RBZWB:2020:1113.

Als uitgangspunt heeft te gelden dat in het kader van een te voeren preferentiebeleid een zorgverzekeraar in beginsel alleen bevoegd is om van de beschikbare middelen met dezelfde werkzame stof, in dezelfde dosering en toedieningswijze een preferent middel aan te wijzen. Het standpunt van Goodlife dat een afwijking in de werkzame stof van 10% kan leiden tot een dermate groot verschil dat niet meer gesproken kan worden van middelen met dezelfde of nagenoeg dezelfde gelijkwaardige doseringen komt de voorzieningenrechter voorshands niet onredelijk voor. CZ stelt weliswaar dat een geringe afwijking ook is toegestaan als dit maar valt binnen de bandbreedte, maar er zijn geen aanwijzingen dat dit acceptabel wordt geacht in geval van de door Goodlife gestelde grote afwijking. In de bodemprocedure tussen partijen zal nader onderzoek dienen plaats te vinden op dit punt. De verwijzing van CZ naar de uitspraak van rechtbank Midden Nederland van 25 juni 2015, ECLI: 2015:4702, bevestigd in hoger beroep door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de raad van State, waarin de rechtbank heeft geoordeeld dat als het gaat om de vraag of beide vitamine D-geneesmiddel “dezelfde hoeveelheid werkzame stof hebben, “gelijk” niet “identiek” betekent is niet relevant nu deze uitspraak betrekking heeft op een ander geschil namelijk de verlening van een handelsvergunning, met andere toetsingskaders.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d699216e833babba2293d0b13433e478585ff703d65bdf54f9a8db77992414f0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d699216e833babba2293d0b13433e478585ff703d65bdf54f9a8db77992414f0, en de alinea staat in dat document op bytes 37139 tot 38553.