Citaat | Rechtbank Zeeland-West-Brabant 20 januari 2020

Onder 12.2. Rechtbank Zeeland-West-Brabant 20 januari 2020

Een alinea uit Rechtbank Zeeland-West-Brabant 20 januari 2020, ECLI:NL:RBZWB:2020:254.

In het kader van de ruimtelijke onderbouwing is een bezonningsonderzoek verricht. De schaduwdiagrammen zijn als bijlage bij de ruimtelijke onderbouwing gevoegd. De rechtbank stelt vast dat de bezonning voor een drietal data (21 december, 21 maart en 21 juni) op meerdere tijdstippen is beoordeeld. Huibrechtse & Koster heeft daaruit geconcludeerd dat de schaduwwerking voor de omgeving in de zomermaanden gering is en in de overige jaargetijden acceptabel. Het college heeft in het zienswijzenrapport (p. 11, onder H) toegelicht dat de schaduwwerking het grootst is in de winter. In het voor- en najaar treedt er ’s morgens vroeg en na 17.00 uur enige beperking op voor de omliggende woningen. Gedurende de dag is de situatie volgens het college vrijwel gelijk aan de bestaande situatie. In de zomer is het effect volgens het college verwaarloosbaar; slechts na 20.00 uur geldt voor een beperkt aantal woningen ten noorden van het bouwplan dat schaduwwerking wordt ondervonden. Het college heeft daarbij opgemerkt dat enkele woningen qua schaduwwerking ook voordeel hebben ten opzichte van de bebouwing die het bestemmingsplan maximaal toelaat.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/734f16cd72fea7a0c0cc96bace13aca67f1d0ce2290275f58b14f81f154110e4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 734f16cd72fea7a0c0cc96bace13aca67f1d0ce2290275f58b14f81f154110e4, en de alinea staat in dat document op bytes 59799 tot 60962.