Citaat | Rechtbank Zeeland-West-Brabant 20 januari 2020

Onder 12.2. Rechtbank Zeeland-West-Brabant 20 januari 2020

Een alinea uit Rechtbank Zeeland-West-Brabant 20 januari 2020, ECLI:NL:RBZWB:2020:254.

Ter bepaling of het inroepen van een niet-juridisch deskundige, zoals hier aan de orde, redelijk was, kan in het algemeen als maatstaf worden gehanteerd of degene die deze deskundige heeft ingeroepen, gezien de feiten en omstandigheden zoals die bestonden ten tijde van de inroeping, ervan mocht uitgaan dat de deskundige een relevante bijdrage zou leveren aan een voor hem gunstige beantwoording door de rechter van een voor de uitkomst van het geschil mogelijk relevante vraag. Naar het oordeel van de rechtbank hebben eisers daarvan mogen uitgaan. De hoogte van de kosten acht de rechtbank, mede gezien het op grond van het Besluit tarieven in strafzaken 2003 geldende maximumtarief van € 129,63 per uur, niet onredelijk. De rechtbank zal het college daarom opdragen om ook deze kosten te vergoeden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/734f16cd72fea7a0c0cc96bace13aca67f1d0ce2290275f58b14f81f154110e4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 734f16cd72fea7a0c0cc96bace13aca67f1d0ce2290275f58b14f81f154110e4, en de alinea staat in dat document op bytes 91232 tot 92050.