Citaat | Rechtbank Zeeland-West-Brabant 20 januari 2020

Onder 12.2. Rechtbank Zeeland-West-Brabant 20 januari 2020

Een alinea uit Rechtbank Zeeland-West-Brabant 20 januari 2020, ECLI:NL:RBZWB:2020:254.

De rechtbank wijst er daarnaast op dat zij haar beoordeling zal beperken tot het bouwplan zoals dat door [naam derde partij] is ingediend en door het college is vergund. Het college was gehouden om op grondslag van de aanvraag te beslissen en heeft dus terecht geen alternatieven onderzocht. Het college dient immers te beslissen omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning voor het project, zoals daarvoor vergunning is aangevraagd. Indien een project op zichzelf aanvaardbaar is, kan het bestaan van alternatieven slechts dan tot het onthouden van medewerking nopen, indien op voorhand duidelijk is dat door verwezenlijking van de alternatieven een gelijkwaardig resultaat kan worden bereikt met aanmerkelijk minder bezwaren (vergelijk de uitspraak van de AbRS van 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1746). Het college heeft zich terecht op standpunt gesteld dat daarvan geen sprake is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/734f16cd72fea7a0c0cc96bace13aca67f1d0ce2290275f58b14f81f154110e4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 734f16cd72fea7a0c0cc96bace13aca67f1d0ce2290275f58b14f81f154110e4, en de alinea staat in dat document op bytes 35921 tot 36823.