Citaat | Rechtbank Zeeland-West-Brabant 27 september 2024

Onder 4.4. Rechtbank Zeeland-West-Brabant 27 september 2024

Een alinea uit Rechtbank Zeeland-West-Brabant 27 september 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:6599.

De kantonrechter stelt voorop dat op grond van artikel 3 van het Verdrag inzake de rechten van het kind de belangen van kinderen een eerste overweging moeten vormen. Dat betekent echter niet dat een huurovereenkomst met een huurder met minderjarige kinderen niet mag worden beëindigd. Als niettemin een noodsituatie dreigt, bijvoorbeeld omdat de kinderen op straat komen te staan, kan dat – mede afhankelijk van de overige omstandigheden – een belemmering voor ontruiming zijn. [naam 1] en [naam 2] hebben samen twee minderjarige kinderen, over wie zij gezamenlijk het gezag uitoefenen. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [naam 1] verklaard dat hij en [naam 2] hebben afgesproken hoe de zorg voor de kinderen wordt verdeeld. Doordeweeks verblijft hun zoon bij [naam 1] en hun dochter bij [naam 2] . In het weekend wisselen zij af: de kinderen verblijven het ene weekend bij [naam 1] en het andere weekend bij [naam 2] . Hiermee draagt [naam 1] de helft van de zorg voor de kinderen. Voor deze zorgregeling is een stabiele woonomgeving belangrijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b192bc0602921898f47e66e9952c81e2b8816c0828005c6b39ff78f861fa4f1e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b192bc0602921898f47e66e9952c81e2b8816c0828005c6b39ff78f861fa4f1e, en de alinea staat in dat document op bytes 12502 tot 13571.