Citaat | Rechtbank Zeeland-West-Brabant 30 oktober 2026

Onder 4.3.2. Rechtbank Zeeland-West-Brabant 30 oktober 2026

Een alinea uit Rechtbank Zeeland-West-Brabant 30 oktober 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:10507.

Bij de beoordeling daarvan komt het aan op het geheel van de gedragingen van verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Niet reeds uit de ernst van de gevolgen van het verkeersgedrag, dat in strijd is met één of meer wettelijke gedragsregels in het verkeer, kan worden afgeleid dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW. Van schuld in die zin is sprake wanneer de verdachte zich roekeloos, dan wel aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onoplettend heeft gedragen. Een tijdelijke onoplettendheid in het verkeer hoeft geen schuld in de zin van artikel 6 WVW op te leveren. Het rijgedrag van verdachte moet voor het vaststellen van (de mate van) schuld worden afgezet tegen dat wat van de gemiddelde verkeersdeelnemer mag worden verwacht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6d65ba8f30657e4de981f81624debe4d55d2ca04cf37e594a74b022f37a17389. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6d65ba8f30657e4de981f81624debe4d55d2ca04cf37e594a74b022f37a17389, en de alinea staat in dat document op bytes 9845 tot 10641.