Citaat | Rechtbank Zeeland-West-Brabant 30 oktober 2026

Onder 4.3.2. Rechtbank Zeeland-West-Brabant 30 oktober 2026

Een alinea uit Rechtbank Zeeland-West-Brabant 30 oktober 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:10559.

Om tot een bewezenverklaring te kunnen komen van de als primair ten laste gelegde overtreding van artikel 6 WVW is vereist dat het verkeersongeval aan de schuld van verdachte te wijten is. Schuld is ten laste gelegd als roekeloosheid, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend rijgedrag. Om te beoordelen of er sprake is van schuld komt het aan op het geheel van de gedragingen van verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Het komt er daarbij op aan of de verdachte tekortschoot in vergelijking met een gemiddelde andere persoon in vergelijkbare omstandigheden en met een vergelijkbare hoedanigheid. Niet reeds uit de ernst van de gevolgen van het verkeersgedrag dat in strijd is met één of meer wettelijke gedragsregels in het verkeer kan worden afgeleid dat sprake is van schuld in vorenbedoelde zin. De rechtbank overweegt daarover als volgt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1f3ce670cfcd8746bca2b87bbc7907862ecbf066028322572fac2f5b19581d7a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1f3ce670cfcd8746bca2b87bbc7907862ecbf066028322572fac2f5b19581d7a, en de alinea staat in dat document op bytes 11438 tot 12371.