Citaat | Rechtbank Zwolle 20 augustus 2003

Alinea 112 Rechtbank Zwolle 20 augustus 2003

Een alinea uit Rechtbank Zwolle 20 augustus 2003, ECLI:NL:RBZWO:2003:AL6237.

3.8 [eiseres] heeft nog gesteld dat zij naast de door dr. Boone vastgestelde klachten ook klachten van cognitieve aard heeft. De rechtbank zal deze stelling van [eiseres] verwerpen. Noch in het rapport van dr. Boone noch in het rapport van psycholoog Erftemeijer is steun te vinden voor deze stelling. Erftemeijer stelt zelfs uitdrukkelijk vast dat er geen specifieke geheugen- of aandachtsklachten zijn. Ook in de inleidende dagvaarding en in de conclusie van repliek heeft [eiseres] niet gesteld dat zij lijdt aan cognitieve stoornissen als gevolg van het ongeval. Zij heeft dat eerst bij gelegenheid van de comparitie van partijen gesteld, met een beroep op het in rechtsoverweging 1.6 aangehaalde rapport van het Roesingh. Nu gesteld noch gebleken is dat dat rapport gebaseerd is op deugdelijk medisch onderzoek naar het bestaan van cognitieve stoornissen -een neuropsychologisch onderzoek zou voor de hand gelegen hebben- heeft [eiseres] haar stelling, mede in het licht van het feit dat zij deze stelling eerst ruim 8 jaar na het ongeval heeft ingenomen, onvoldoende gemotiveerd. De rechtbank zal deze stelling dan ook passeren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f50ea2fe242acafdce183c35fd08aa08e3fa69ce3e514540c467aa4755f44447. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f50ea2fe242acafdce183c35fd08aa08e3fa69ce3e514540c467aa4755f44447, en de alinea staat in dat document op bytes 30733 tot 31880.