Citaat | Raad van State 26 augustus 1999
Alinea 28 Raad van State 26 augustus 1999
Een alinea uit Raad van State 26 augustus 1999, ECLI:NL:RVS:1999:AB2255.
Appellant heeft voorts betoogd dat hij geen eerlijk proces heeft gekregen in de zin van artikel 6 van het EVRM, aangezien hij niet in de gelegenheid is gesteld aan te tonen dat hij niet de bestuurder van zijn auto was op het moment voor de aanhouding. Aldus heeft hij niet de kans gekregen het vermoeden van schuld aan overtreding van artikel 8 van de WVW, dat zijns inziens aan het opleggen van de educatieve maatregel ten grondslag ligt, te weerleggen, bij voorbeeld door het ondervragen van de anonieme getuige of de verbalisanten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a67c95971a3406fff336b7d14aaab52b52d99a0160fbf390419df281ee27a838. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a67c95971a3406fff336b7d14aaab52b52d99a0160fbf390419df281ee27a838, en de alinea staat in dat document op bytes 8721 tot 9269.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a67c95971a3406fff336b7d14aaab52b52d99a0160fbf390419df281ee27a838 | shasum -a 256