Citaat | Raad van State 24 februari 2000

Alinea 33 Raad van State 24 februari 2000

Een alinea uit Raad van State 24 februari 2000, ECLI:NL:RVS:2000:AA5241.

Anderzijds hangt het nadeel dat Britannia volgens appellanten heeft geleden samen met kosten voor voorzieningen waarvan verweerders onweersproken hebben gesteld dat deze in het relevante tijdvak, 1978 tot en met 1981, niet verplicht zijn gesteld om lozingen te mogen verrichten op provinciaal water, terwijl gedurende dat tijdvak Britannia, zoals hierboven al vermeld, wel heeft geloosd op provinciaal water, de Pekel A. Het nadeel bestaat volgens appellanten immers uit de kosten die Britannia evenals andere bedrijven heeft moeten maken om uiteindelijk op de Eems te mogen lozen, terwijl die andere bedrijven daarin wel een tegemoetkoming krachtens de UKR hebben ontvangen. Die bedrijven hebben evenwel gedurende meergenoemd tijdvak ook daadwerkelijk op de Eems geloosd. Nu Britannia gedurende dat tijdvak overeenkomstig haar vergunning uit 1977 heeft geloosd op provinciaal water, kan zij geen aanspraak maken op een betaling als bedoeld in artikel 23, eerste lid, aanhef en onder c, omdat het gaat om een gevraagde vergoeding voor kosten voor maatregelen waartoe zij in verband met het doen van die lozingen niet gehouden was. Zo'n vergoeding zou buiten de termen van deze wetsbepaling vallen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/05f079ff1b94538cb7a42dc4a50fcdd796861fce73e695f66f1f6ecaa2358062. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 05f079ff1b94538cb7a42dc4a50fcdd796861fce73e695f66f1f6ecaa2358062, en de alinea staat in dat document op bytes 17168 tot 18383.