Citaat | Raad van State 8 februari 2000

Alinea 27 Raad van State 8 februari 2000

Een alinea uit Raad van State 8 februari 2000, ECLI:NL:RVS:2000:AA5252.

2.2.3. Nu daarvan geen kwitantie is aangetroffen, acht de Afdeling niet aannemelijk dat A, zoals deze stelt, behalve het hiervoor genoemde bedrag van f 17.265,00, nog eens f 228.865,27 contant aan de firma Z zou hebben voldaan. De door A overgelegde verklaring van 9 september 1999 van Y, werkzaam bij de -firma Z, is onvoldoende voor een ander oordeel. Evenmin is aannemelijk dat de notitie van 4 april 1990 slechts een weergave zou zijn van onderhandelingen met de firma Z over het verrichten van eigenwerk door A, nog daargelaten dat het in verband daarmee genoemde bedrag van ruim f 28.000,00 in vergelijking tot het bedrag waarvoor A is gecrediteerd zo gering is, dat dit alleen al om die reden onvoldoende is om de stelling dat een te hoge aanneemsom is opgegeven, te weerleggen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fd07cee8c0b42cca74fd4d128244c25ef7ff5eb9165fa7c5aca36e3c6434960d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fd07cee8c0b42cca74fd4d128244c25ef7ff5eb9165fa7c5aca36e3c6434960d, en de alinea staat in dat document op bytes 9012 tot 9810.