Citaat | Raad van State 30 juni 2000
Alinea 24 Raad van State 30 juni 2000
Een alinea uit Raad van State 30 juni 2000, ECLI:NL:RVS:2000:AA6730.
2.2. Appellante heeft voorts betoogd dat de rechtbank haar ten onrechte met een beroep op artikel 8:29 van de Awb kennisneming heeft onthouden van de stukken, die betrekking hebben op het verificatie-onderzoek. Deze beslissing is door de rechtbank bij brief van 18 maart 1999 aan appellante medegedeeld en in de aangevallen uitspraak gemotiveerd. Appellante stelt dat deze beslissing haar ernstig in haar processuele positie heeft geschaad en strijdig is met artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM). Voorts belet naar de mening van appellante de weigering de verklaring van ongehuwd zijn te legaliseren, haar de uitoefening van het recht op gezinsleven, hetgeen strijdig is met artikel 8 van het EVRM. Nu zij geweigerd heeft de rechtbank toestemming te verlenen mede op basis van deze stukken uitspraak te doen, had bovendien een andere rechter op het beroep dienen te beslissen dan degene die reeds, in het kader van de behandeling van het verzoek ex artikel 8:29 van de Awb, van de desbetreffende stukken kennis heeft genomen, aldus appellante.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/efbbe952adab14dfa3585844278de2b0887e634e58fb60d23a2c3658dab66d48. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt efbbe952adab14dfa3585844278de2b0887e634e58fb60d23a2c3658dab66d48, en de alinea staat in dat document op bytes 12230 tot 13362.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/efbbe952adab14dfa3585844278de2b0887e634e58fb60d23a2c3658dab66d48 | shasum -a 256