Citaat | Raad van State 15 februari 2001

Alinea 58 Raad van State 15 februari 2001

Een alinea uit Raad van State 15 februari 2001, ECLI:NL:RVS:2001:AB1436.

2.3.1. Juist omdat het gaat om een punitieve sanctie, dienen aan de bewijsvoering van de overtreding en aan de motivering van het sanctiebesluit strenge eisen te worden gesteld. Naar aanleiding van het verhandelde ter zitting spitst het geschil zich toe op de vraag of die motivering in dit geval voldoende is. Appellant heeft aangegeven met een apparaat, een spelingdetector, trek- en drukkrachten op de desbetreffende stuurkogels te hebben uitgeoefend. Daarin heeft hij geen aanleiding gevonden om te twijfelen aan de deugdelijkheid van de stuurkogels, in welk geval de kogels nader onderzocht hadden moeten worden. Vervolgens heeft hij het desbetreffende voertuig ook wat betreft dit aspect goedgekeurd. Van de zijde van de Directeur is gesteld dat tijdens de steekproef wel twijfel bestond, dat vervolgens is gemeten en dat teveel speling werd geconstateerd, hetgeen een grond voor afkeuring opleverde. Bij de herkeuring op grond van artikel 90 van de WVW 1994 werd dit meetresultaat bevestigd. Ter zitting is naar voren gekomen dat deze meting heeft plaatsgevonden met een tang, als instrument om de kogel in te drukken. Dat dit een geschikte wijze van meten is, is niet komen vast te staan. Voorts is onvoldoende duidelijk geworden wat het daarbij gehanteerde referentiekader is geweest en waarop dat was gebaseerd. Het steekproefcontrolerapport biedt terzake geen uitsluitsel en van de herkeuring - die uiteindelijk doorslaggevend is geweest voor de afkeuring en voor het aantal cusumpunten en daarmee voor het opleggen van de hier aan de orde zijnde sanctie van intrekking van de erkenningsbevoegdheid voor de duur van twaalf weken - is geen schriftelijk verslag voorhanden. Aldus kan niet worden gecontroleerd of de procedure op zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden. Het resultaat van de herkeuring kan, in verband daarmee, niet zonder meer aan het sanctiebesluit ten grondslag worden gelegd. De beslissing op bezwaar berust in dit opzicht niet op een deugdelijke motivering. De rechtbank had dit besluit dan ook moeten vernietigen wegens strijd met artikel 3:46 van de Awb. Nu de rechtbank dit heeft nagelaten, dient de aangevallen uitspraak te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het beroep gegrond verklaren en het besluit van 9 juli 1999 alsnog vernietigen. De Directeur dient een nieuwe beslissing op het bezwaar te nemen, waarbij nader aandacht aan de meetmethode dient te worden gegeven en waarbij tevens aan de orde kan komen of de andere gronden voldoende draagkrachtig zijn om de sanctie te kunnen dragen, zoals van de zijde van de Directeur ter zitting is gesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f48eeb43a9236e5a724b4698bdc1a5080e7be424da9df51afd326b0736206ea1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f48eeb43a9236e5a724b4698bdc1a5080e7be424da9df51afd326b0736206ea1, en de alinea staat in dat document op bytes 18979 tot 21627.