Citaat | Raad van State 21 november 2001
Alinea 26 Raad van State 21 november 2001
Een alinea uit Raad van State 21 november 2001, ECLI:NL:RVS:2001:AD6618.
2.7. In het door opposante in verzet aangevoerde kan geen grond worden gevonden om tot een ander oordeel te komen dan in de uitspraak, waarvan verzet, is vervat. De Afdeling neemt hierbij in aanmerking dat artikel 40, vierde lid, van de Wet op de Raad van State niet de mogelijkheid biedt uitstel te verlenen van de termijn voor het alsnog storten van het recht. Immers, de termijn waarbinnen na aanmaning het recht gestort dient te worden, vloeit rechtstreeks voort uit de wet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aea0bd28dae277c844295448802ebc8c6e4029cc883d7ddb4e14c367b8c93faf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aea0bd28dae277c844295448802ebc8c6e4029cc883d7ddb4e14c367b8c93faf, en de alinea staat in dat document op bytes 11212 tot 11703.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aea0bd28dae277c844295448802ebc8c6e4029cc883d7ddb4e14c367b8c93faf | shasum -a 256