Citaat | Raad van State 3 december 2001

Alinea 23 Raad van State 3 december 2001

Een alinea uit Raad van State 3 december 2001, ECLI:NL:RVS:2001:AD8707.

2.2.1. Deze grief slaagt evenzeer. Gelet op de verplichtingen die voortvloeien uit het Vluchtelingenverdrag en artikel 3 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, dient, zoals ook vermeld in de paragrafen C1/1.2 en C1/4.1 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (hierna: Vc 2000), bij de behandeling van een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, als bedoeld in artikel 28 van de Vw 2000, eerst te worden beoordeeld of de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt verdragsvluchteling te zijn, dan wel gegronde redenen heeft om aan te nemen dat hij bij uitzetting het in artikel 29, eerste lid, onder b omschreven risico loopt. Indien het een noch het ander het geval is, moet vervolgens worden beoordeeld of het asielrelaas grond geeft tot verlening van een verblijfsvergunning op voet van achtereenvolgens artikel 29, eerste lid, onder c en d van de Vw 2000. Op deze besluitvorming dient de rechterlijke toetsing daarvan aan te sluiten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f680a8ce3ead2099a71f8b0a08c6995e9864c8c8253317afcbdc53c409668f05. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f680a8ce3ead2099a71f8b0a08c6995e9864c8c8253317afcbdc53c409668f05, en de alinea staat in dat document op bytes 7951 tot 8964.