Citaat | Raad van State 20 februari 2002
Alinea 22 Raad van State 20 februari 2002
Een alinea uit Raad van State 20 februari 2002, ECLI:NL:RVS:2002:AD9657.
2.2. Appellante heeft onder meer aangevoerd dat geen sprake is van een afvalstof, maar van een grondstof. Zij stelt dat er bij de produktie van polymethylmethacrylaat-platen een overmaat van prepol wordt aangemaakt ten behoeve van de vullerij, waardoor een hoeveelheid kwalitatief goede prepol (B-prepol) overblijft die opnieuw in het produktieproces kan worden ingezet maar die vanwege economische motieven ten tijde van het bestreden besluit naar Indonesië werd uitgevoerd waar een kunststofverwerkend bedrijf B-prepol als grondstof inzet. Thans zet appellante B-Prepol zelf in ten bate van de produktie van polymethylmethacrylaat-platen in haar bedrijf. Deze platen zijn van dezelfde kwaliteit als de platen die zijn gemaakt van het primaire prepol met als enig verschil dat de kleurstelling minder goed te beïnvloeden is, aldus appellante. Zowel bij export als bij inzet in het eigen produktieproces wordt B-prepol volgens appellante overeenkomstig de oorspronkelijke bestemming toegepast zodat geen sprake is van een produktieresidu.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a920c549077b0cbc32d43be7ff0feec17f8a42d791de728a4f0e85abc1efb06a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a920c549077b0cbc32d43be7ff0feec17f8a42d791de728a4f0e85abc1efb06a, en de alinea staat in dat document op bytes 7843 tot 8897.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a920c549077b0cbc32d43be7ff0feec17f8a42d791de728a4f0e85abc1efb06a | shasum -a 256