Citaat | Raad van State 5 maart 2002
Alinea 30 Raad van State 5 maart 2002
Een alinea uit Raad van State 5 maart 2002, ECLI:NL:RVS:2002:AE1165.
2.5.2. Artikel 4:6 van de Awb is een regel in voorbedoelde zin. De bepaling legt op de vreemdeling de verantwoordelijkheid om direct bij zijn aanvraag al datgene aan te voeren, wat hem bekend is of redelijkerwijs bekend kon zijn en tot inwilliging van de aanvraag zou kunnen leiden. Aldus wordt voorkomen dat het bestuur zonder noodzaak wordt belast met de behandeling van herhaalde aanvragen en wordt een ordelijke besluitvorming binnen redelijke termijn gediend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/913d32dce9fbddfb990e3700ef33d7357c1b916a01fd1d8c370d4a3c70a3f924. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 913d32dce9fbddfb990e3700ef33d7357c1b916a01fd1d8c370d4a3c70a3f924, en de alinea staat in dat document op bytes 10451 tot 10928.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/913d32dce9fbddfb990e3700ef33d7357c1b916a01fd1d8c370d4a3c70a3f924 | shasum -a 256