Citaat | Raad van State 28 maart 2002

Alinea 24 Raad van State 28 maart 2002

Een alinea uit Raad van State 28 maart 2002, ECLI:NL:RVS:2002:AE1168.

2.3.2. In de stukken, noch ter zitting van de Afdeling heeft de vreemdeling kunnen aangeven, welke aanvullende of sterkere aanspraken hem zouden toekomen, indien hem een verblijfsvergunning zou zijn verleend op een andere grond dan onderdeel d van artikel 29, eerste lid, van de Vw 2000. Hoewel niet geheel kan worden uitgesloten dat andere vreemdelingen dat op enig moment wel kunnen aangeven, moet het er in dit geval derhalve voor worden gehouden dat de vreemdeling zich met het instellen van beroep bij de rechtbank hangende de geldigheidsduur van de hem verleende verblijfsvergunning geen gunstiger materiële rechtspositie kan verschaffen, zodat de vreemdeling op die grond geen belang heeft bij het door hem bij de rechtbank ingestelde beroep.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8c2ecb47c9a2697b5294ed1bce0cf816b1a7f78584429c2b313ba188fe23ac4e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8c2ecb47c9a2697b5294ed1bce0cf816b1a7f78584429c2b313ba188fe23ac4e, en de alinea staat in dat document op bytes 10064 tot 10827.