Citaat | Raad van State 28 maart 2002

Alinea 27 Raad van State 28 maart 2002

Een alinea uit Raad van State 28 maart 2002, ECLI:NL:RVS:2002:AE1168.

2.4.2. Bij de beantwoording van de vraag of de vreemdeling ten tijde van de verlening van de verblijfsvergunning belang heeft bij het opkomen tegen dat oordeel, dient te worden betrokken het wettelijk stelsel, zoals dat de wetgever voor ogen heeft gestaan en diens bedoeling om procederen voor een verblijfsvergunning, als bedoeld in artikel 28 van de Vw 2000, op een andere grond, zoveel mogelijk te voorkomen (Memorie van Toelichting, Kamerstukken II 1998-1999, 26 732, nr. 3, p. 5-6 en Nota naar aanleiding van het Verslag, Kamerstukken II, 1999-2000, 26 732, nr. 7, p. 36-37). Deze bedoeling van de wetgever zou immers worden ondergraven en diens inspanningen om te komen tot een geheel geüniformeerd voorzieningenstelsel zouden vergeefs zijn geweest, indien die vraag zonder meer bevestigend wordt beantwoord. Bij de totstandkoming van de Vw 2000 is de door de vreemdeling geschetste reden om procesbelang aan te nemen herhaaldelijk aan de orde geweest (Memorie van Toelichting, Kamerstukken II 1998-1999, 26 732, nr. 3, p. 5-6, en Nota naar aanleiding van het Verslag, Kamerstukken II 1999-2000, 26 732, nr. 7, p. 39-40).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8c2ecb47c9a2697b5294ed1bce0cf816b1a7f78584429c2b313ba188fe23ac4e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8c2ecb47c9a2697b5294ed1bce0cf816b1a7f78584429c2b313ba188fe23ac4e, en de alinea staat in dat document op bytes 12818 tot 13959.