Citaat | Raad van State 28 maart 2002

Alinea 29 Raad van State 28 maart 2002

Een alinea uit Raad van State 28 maart 2002, ECLI:NL:RVS:2002:AE1168.

2.4.3. Ten tijde van het verlenen van de verblijfsvergunning is ongewis of deze binnen drie jaar zal worden ingetrokken of gevolgd zal worden door een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, in welk geval achteraf blijkt geen belang te hebben bestaan bij doorprocederen voor een verblijfsvergunning op de door de vreemdeling gewenste grond (Mondelinge behandeling II, 8 juni 2000, nr. 85, p. 5485, 5487-5488). Het streven zulk doorprocederen te voorkomen werd in aansluiting op de ratio van het vereiste van procesbelang ingegeven door de wens bestuur en rechter te ontlasten van procedures, aan het voeren waarvan heel wel ieder belang kan blijken te ontbreken (Nota naar aanleiding van het Verslag, Kamerstukken II 1999-2000, 26 732, nr. 7, p. 168-169). In dit verband hecht de Afdeling tevens belang aan de herhaalde, stellig geformuleerde mededeling van de staatssecretaris dat bij gelegenheid van de intrekking, op de voet van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vw 2000, wanneer het belang bij de gekozen verleningsgrond wèl actueel wordt, deze ten volle aan de orde zal kunnen worden gesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8c2ecb47c9a2697b5294ed1bce0cf816b1a7f78584429c2b313ba188fe23ac4e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8c2ecb47c9a2697b5294ed1bce0cf816b1a7f78584429c2b313ba188fe23ac4e, en de alinea staat in dat document op bytes 15115 tot 16244.