Citaat | Raad van State 28 maart 2002
Alinea 30 Raad van State 28 maart 2002
Een alinea uit Raad van State 28 maart 2002, ECLI:NL:RVS:2002:AE1168.
2.4.4. Op grond van de hiervoor weergegeven wetshistorie en de in dat kader door de staatssecretaris gedane toezeggingen moet er van worden uitgegaan dat het besluit van 20 april 2001, waarbij de vreemdeling een verblijfsvergunning op de voet van artikel 29, eerste lid, onder d, van de Vw 2000 is verleend, niet in rechte onaantastbaar wordt, voor zover daarin ligt besloten dat geen aanspraak bestaat op een verblijfsvergunning uit hoofde van de gronden a tot en met c van het eerste lid van artikel 29 van de Vw 2000. Gelet hierop, heeft de vreemdeling hangende de geldigheidsduur van de hem verleende vergunning geen belang bij het instellen van beroep tegen het daaraan ten grondslag liggende besluit. Zulk belang kan ontstaan, indien op de voet van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vw 2000 tot intrekking dan wel niet-verlenging van die vergunning wordt besloten. Alsdan zal de terzake bevoegde rechter kunnen treden in een oordeel over de grond waarop de verblijfsvergunning is verleend en de gronden waarop die niet is verleend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8c2ecb47c9a2697b5294ed1bce0cf816b1a7f78584429c2b313ba188fe23ac4e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8c2ecb47c9a2697b5294ed1bce0cf816b1a7f78584429c2b313ba188fe23ac4e, en de alinea staat in dat document op bytes 16264 tot 17330.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8c2ecb47c9a2697b5294ed1bce0cf816b1a7f78584429c2b313ba188fe23ac4e | shasum -a 256