Citaat | Raad van State 10 april 2002

Alinea 30 Raad van State 10 april 2002

Een alinea uit Raad van State 10 april 2002, ECLI:NL:RVS:2002:AE1243.

2.5. Daarnaast heeft appellant gesteld dat de rechtbank heeft miskend dat het ontbreken van gefinancierde rechtsbijstand in dit geval voor hem een schending van het in artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (hierna: het EVRM) besloten recht op toegang tot de rechter betekent. Hij heeft daartoe aangevoerd dat het hier gecompliceerde civiele procedures betreft, waarvoor verplichte procesvertegenwoordiging geldt, zodat hij, nu hij slechts een bijstandsuitkering heeft, zonder toevoegingen geen effectieve toegang tot de rechter heeft. In dit verband heeft hij voorts nog naar voren gebracht dat de schade waarover geprocedeerd wordt voor hem volstrekt onvoorzienbaar was, dat hij voor het risico van voortdurend dan wel herhaald onrechtmatig handelen van het waterschap niet kon reserveren of zich verzekeren en dat, ook wanneer hij zich zou hebben verzekerd voor de kosten van rechtsbijstand, dit hem in de gegeven omstandigheden niet zou hebben gebaat, omdat het gebruikelijke voor rechtsbijstand verzekerde maximale bedrag van ƒ 100.000,00/€ 45.378,00 allang zou zijn uitgegeven aan de voorafgaande procedures.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c81ea627e044853382d97de833c65efff6443742ea1650d453f007568a1b4bd3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c81ea627e044853382d97de833c65efff6443742ea1650d453f007568a1b4bd3, en de alinea staat in dat document op bytes 13814 tot 14969.