Citaat | Raad van State 10 april 2002
Alinea 32 Raad van State 10 april 2002
Een alinea uit Raad van State 10 april 2002, ECLI:NL:RVS:2002:AE1243.
2.5.2. Voorop gesteld zij dat in het licht van deze jurisprudentie niet gezegd kan worden dat artikel 12, tweede lid, aanhef en onder e, van de Wrb op zich in strijd is met artikel 6, eerste lid, van het EVRM. Mede met het oog op een financiële beheersbaarheid van het systeem van rechtsbijstandverlening moet het gerechtvaardigd worden geacht rechtsbijstandskosten in civiele procedures die voortvloeien uit beroep of bedrijf voor rekening van de ondernemer te laten. In het kader van een verantwoorde bedrijfsvoering dient deze met dit soort kosten rekening te houden en kan hij – zoals in de Memorie van Antwoord bij de Wrb terecht wordt opgemerkt – daarvoor reserveren of zich verzekeren. Een ondernemer wordt door deze bepaling niet onevenredig getroffen, noch wordt daardoor het recht op toegang tot de rechter in de kern aangetast.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c81ea627e044853382d97de833c65efff6443742ea1650d453f007568a1b4bd3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c81ea627e044853382d97de833c65efff6443742ea1650d453f007568a1b4bd3, en de alinea staat in dat document op bytes 15732 tot 16589.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c81ea627e044853382d97de833c65efff6443742ea1650d453f007568a1b4bd3 | shasum -a 256