Citaat | Raad van State 19 juni 2002

Alinea 28 Raad van State 19 juni 2002

Een alinea uit Raad van State 19 juni 2002, ECLI:NL:RVS:2002:AE4310.

Appellante heeft aangevoerd niet (langer) het voornemen te hebben zich van het schip te ontdoen, maar dit in te zetten als vrachtschip. In dit verband wijst zij erop dat zij het contract met Hatimi Steels bewust heeft laten verlopen door het schip niet te leveren en dat op 8 november 2000 een contract is gesloten met Shiva marketing Ltd. om in de eerste week van maart 2001, later verlengd tot uiterlijk de eerste week van april 2001, het schip aan de westkust van India in te zetten als ‘floating vessel’. Zij wijst ook op de mails uit januari/februari 2001 van de door Upperton ingeschakelde ‘ladingbroker’ Andrew Southwood betreffende de verhuur van het schip om dit met lading uiteindelijk richting India te laten varen en op de samenstelling van de bemanning die uitdrukkelijk niet zag op een ‘demolition crew’. Voorts voert appellante aan dat zij kort na de aankoop van het schip heeft besloten reparaties te laten verrichten en het geschikt te maken voor de inzet als vrachtschip en dat inmiddels een begin is gemaakt met de noodzakelijke reparaties.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1371be5a6b4a3460834f857b916ee90cd8e3e73d133058c6ef4f4b3fd386306a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1371be5a6b4a3460834f857b916ee90cd8e3e73d133058c6ef4f4b3fd386306a, en de alinea staat in dat document op bytes 11153 tot 12241.