Citaat | Raad van State 10 juli 2002

Alinea 34 Raad van State 10 juli 2002

Een alinea uit Raad van State 10 juli 2002, ECLI:NL:RVS:2002:AE5078.

2.6. In het hoger beroepschrift heeft appellant zijn standpunt opnieuw geformuleerd en aangegeven dat in de praktijk kan blijken dat in bepaalde gevallen een individuele aanvrager, bijvoorbeeld met een beroep op het gelijkheidsbeginsel of met een beroep op de kennelijke onredelijkheid van de regeling op een bepaald punt, met succes kan betogen dat ook hij voor een tegemoetkoming op grond van de Wet c.q. de WTS2-regeling in aanmerking zou moeten komen. In ieder van de aanhangige gevallen zal worden bezien of deze situatie zich voordeed. Vervolgens heeft appellant aangegeven wat hij zou doen als het om zo een categorie van gevallen zou gaan. Dan zou, verkort weergegeven, worden bezien of de gedupeerden in dat gebied ook voor tegemoetkoming in aanmerking zouden kunnen komen; dan zou dat gebied moeten voldoen aan de criteria welke zijn gebruikt bij de vaststelling van het schadegebied.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bef75e0e292a507ed741dfbf78a85376294498a9c0a7fb349300af784758ae17. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bef75e0e292a507ed741dfbf78a85376294498a9c0a7fb349300af784758ae17, en de alinea staat in dat document op bytes 13484 tot 14398.