Citaat | Raad van State 10 juli 2002

Alinea 21 Raad van State 10 juli 2002

Een alinea uit Raad van State 10 juli 2002, ECLI:NL:RVS:2002:AE5113.

2.1. Het perceel waarop appellant de onderhavige serre wenst op te richten, heeft ingevolge het ter plaatse geldende bestemmingsplan “Aldtsjerk” de bestemming “Woondoeleinden”. Ingevolge artikel 4 van de planvoorschriften zijn de voor “Woondoeleinden” aangewezen gronden bestemd voor onder meer woonhuizen en bijgebouwen. De gezamenlijke oppervlakte voor bijgebouwen mag – voorzover hier van belang – ten hoogste 60 m2 bedragen en ten hoogste 80% van de oppervlakte van het hoofdgebouw, met dien verstande dat artikel 19, aanhef en eerste lid, van de planvoorschriften een algemene vrijstellingsmogelijkheid biedt tot ten hoogste 10% van de op de plankaart of in de voorschriften genoemde maten. Artikel 1, aanhef en onder 15, van de planvoorschriften omschrijft het begrip bijgebouw als “een gebouw, behorende bij een op hetzelfde bouwperceel gelegen (hoofd)gebouw en qua afmetingen ondergeschikt aan dat (hoofd)gebouw”. Onder hoofdgebouw wordt ingevolge artikel 1, aanhef en onder 14, van de planvoorschriften verstaan “een gebouw dat, gelet op de bestemming, als het belangrijkste bouwwerk op een bouwperceel kan worden aangemerkt. Het plan kent geen definitie van uitbouw of aanbouw.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6caca303058ed2bde9b6b6151dc5e020a73a25ec6adc8ca118bab8a3f5b3cd66. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6caca303058ed2bde9b6b6151dc5e020a73a25ec6adc8ca118bab8a3f5b3cd66, en de alinea staat in dat document op bytes 8171 tot 9396.