Citaat | Raad van State 17 juli 2002

Alinea 28 Raad van State 17 juli 2002

Een alinea uit Raad van State 17 juli 2002, ECLI:NL:RVS:2002:AE5445.

2.5. Tenslotte staat ter beoordeling hetgeen appellante heeft aangevoerd ten betoge dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat haar beroep op artikel 10, tweede lid, aanhef en onder g, van de Wob niet kan slagen. De Afdeling overweegt dienaangaande dat appellante ook in hoger beroep er niet in is geslaagd voldoende inzichtelijk te maken waarom zou moeten worden gevreesd voor onevenredige benadeling van rijscholen en kandidaten. In dit verband is niet voldoende het betoog dat rijscholen, tengevolge van de openbaarmaking van de gevraagde gegevens, in het vervolg van registratie zullen afzien, ofwel daar niet van afzien, maar zullen proberen, met voor kandidaten ongunstige gevolgen, om relatief lage slaagcijfers te voorkomen. Gelet hierop heeft appellante haar afwijzing van het verzoek om informatie op deze grond onvoldoende gemotiveerd. De rechtbank is tot hetzelfde oordeel gekomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/098cfdea5bfb48130b57d1a510be7f397327f3907852224327fb1bc5895179c4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 098cfdea5bfb48130b57d1a510be7f397327f3907852224327fb1bc5895179c4, en de alinea staat in dat document op bytes 10180 tot 11097.