Citaat | Raad van State 31 juli 2002

Alinea 31 Raad van State 31 juli 2002

Een alinea uit Raad van State 31 juli 2002, ECLI:NL:RVS:2002:AE5950.

2.8. Het betoog van appellanten dat de president heeft miskend dat het vertrouwensbeginsel aan handhavend optreden in de weg staat, treft geen doel. De Afdeling is met de president van oordeel dat appellanten niet aannemelijk hebben gemaakt dat burgemeester en wethouders eerder dan begin 1993 van de permanente bewoning van de berging op de hoogte zijn geweest. Naar het oordeel van de Afdeling konden appellanten voorts aan de periode tussen de wraking en het daadwerkelijk handhavend optreden van burgemeester en wethouders niet het gerechtvaardigd vertrouwen ontlenen dat van handhavend optreden zou worden afgezien, nu dit verband hield met het besluit van burgemeester en wethouders om het resultaat van het door appellant ingestelde beroep tegen het bestemmingsplan af te wachten. Terecht heeft de president overwogen dat niet is gebleken dat burgemeester en wethouders sedertdien de verwachting hebben gewekt niet tegen het illegale gebruik te zullen optreden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dae726d94ddd8c4966aaaa1ffd8e742dca285d9f82faf288ee1401cb369cbff7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dae726d94ddd8c4966aaaa1ffd8e742dca285d9f82faf288ee1401cb369cbff7, en de alinea staat in dat document op bytes 9641 tot 10626.