Citaat | Raad van State 21 augustus 2002
Alinea 26 Raad van State 21 augustus 2002
Een alinea uit Raad van State 21 augustus 2002, ECLI:NL:RVS:2002:AE6738.
2.5. Voor appellant als rechtshulpverlener moet het ten tijde van het instellen van het hoger beroep evident zijn geweest dat dit beroep kansloos zou zijn. Nu er derhalve sprake is van kennelijk onredelijk gebruik van het procesrecht, dient appellant veroordeeld te worden in de door de raad in verband met de behandeling voor het hoger beroep gemaakte proceskosten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fba519c8ad30765afb9e9f3ba3c0b5ab6e520b0a65ed688a6090b26f52a644d6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fba519c8ad30765afb9e9f3ba3c0b5ab6e520b0a65ed688a6090b26f52a644d6, en de alinea staat in dat document op bytes 9227 tot 9609.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fba519c8ad30765afb9e9f3ba3c0b5ab6e520b0a65ed688a6090b26f52a644d6 | shasum -a 256