Citaat | Raad van State 24 juli 2002

Alinea 22 Raad van State 24 juli 2002

Een alinea uit Raad van State 24 juli 2002, ECLI:NL:RVS:2002:AE8061.

2.1. Appellante betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat zij niet beschikte over een geldige titel tot verblijf en zich niet had aangemeld bij de korpschef, zodat het standpunt van de staatssecretaris dat appellante zich aan uitzetting zou onttrekken, niet ongegrond is en de staatssecretaris op goede gronden niet heeft volstaan met een lichter middel dan bewaring. Daartoe beroept appellante zich op de uitspraken van de rechtbank te ’s-Gravenhage van 3 juni 2002 in de onderscheiden zaken nr. AWB 02/38534 en nrs. AWB 02/38507 en AWB 02/38997, waarin die rechtbank in, naar appellante stelt, gelijke of vergelijkbare gevallen tot een ander oordeel is gekomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/18de22e4efb5bff637abf702e8e649df9bd82e539214477f8e8f7885f658fe4c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 18de22e4efb5bff637abf702e8e649df9bd82e539214477f8e8f7885f658fe4c, en de alinea staat in dat document op bytes 5922 tot 6616.