Citaat | Raad van State 2 oktober 2002

Alinea 239 Raad van State 2 oktober 2002

Een alinea uit Raad van State 2 oktober 2002, ECLI:NL:RVS:2002:AE8249.

In hetgeen appellanten hebben aangevoerd, ziet de Afdeling geen aanleiding om te oordelen dat het plan in zoverre strijdig is met het rijksbeleid en provinciale beleid. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat het beleid voor de Groene Hoofdstructuur weliswaar beperkingen inhoudt voor de ontwikkeling van toeristisch-recreatieve voorzieningen, maar deze ontwikkeling niet geheel uitsluit. Verweerders hebben zich derhalve in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat dit gedeelte van het plan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. In hetgeen appellanten hebben aangevoerd, ziet de Afdeling evenmin aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht. Hieruit volgt dat verweerders in zoverre terecht goedkeuring hebben verleend aan dit plandeel. De beroepen van de BMF e.a. en ’t Groene Hart zijn in zoverre ongegrond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e60afe05a63b47abf705fb0872b0bec43ed71004b70f18e65ee9df3e5ab02e4a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e60afe05a63b47abf705fb0872b0bec43ed71004b70f18e65ee9df3e5ab02e4a, en de alinea staat in dat document op bytes 106780 tot 107702.