Citaat | Raad van State 23 oktober 2002

Alinea 40 Raad van State 23 oktober 2002

Een alinea uit Raad van State 23 oktober 2002, ECLI:NL:RVS:2002:AE9196.

2.6.3. De Afdeling ziet in hetgeen verweerders naar voren hebben gebracht geen grond voor het oordeel dat de onderhavige inrichting niet binnen 3 jaar nadat de vergunning onherroepelijk is geworden, zou kunnen worden voltooid en in werking gebracht. De door verweerders genoemde omstandigheden, te weten dat de zoon van de vergunninghouder eerst na 3 jaar beschikbaar zou zijn als arbeidskracht en dat de Wet herstructurering varkenshouderij, welke de zogenoemde varkensrechten regelt, ingevolge artikel 43a van die wet in 2005 vervalt, zijn onvoldoende voor de verwachting waarop het tweede lid van artikel 8.18 van de Wet milieubeheer doelt, nu de genoemde omstandigheden onverlet laten dat de inrichting ook binnen deze termijn voltooid en in werking gebracht kan worden. Hieruit volgt dat verweerders in het dictum, onder E, van het bestreden besluit ten onrechte een andere termijn dan de in artikel 8.18, eerste lid, van de Wet milieubeheer genoemde, hebben vastgesteld. Het besluit is in zoverre genomen in strijd met artikel 8.18, tweede lid, van de Wet milieubeheer.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/76e6ca38a35896e9fda9dac337392530c7804115c4661fbda71926fd48d998ee. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 76e6ca38a35896e9fda9dac337392530c7804115c4661fbda71926fd48d998ee, en de alinea staat in dat document op bytes 17003 tot 18094.