Citaat | Raad van State 18 december 2002

Alinea 36 Raad van State 18 december 2002

Een alinea uit Raad van State 18 december 2002, ECLI:NL:RVS:2002:AF2070.

Ten aanzien van de door appellant gehanteerde weigeringsgrond ingevolge artikel 10, tweede lid, aanhef en onder e, van de Wob heeft de rechtbank met juistheid geoordeeld dat het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer in dit geval aan openbaarmaking niet in de weg staat. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling dienaangaande is de persoonlijke levenssfeer van personen in het algemeen niet in het geding voorzover het uitsluitend hun beroepshalve functioneren betreft. Met de rechtbank is de Afdeling van oordeel dat de naam van een medewerker van de Europese Commissie in het onderhavige stuk is genoemd in het kader van zijn beroepsmatig functioneren en dat bovendien verstrekking van een geanonimiseerde versie van het document zeer goed mogelijk is. Voorts sluit de Afdeling zich aan bij de overweging van de rechtbank dat, voorzover appellant de eerbiediging van de levenssfeer van Scholtze & Co B.V. voor ogen heeft gehad, deze met openbaarmaking heeft ingestemd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a0c77d3f49a53efecb4e013df576a334fbd6c7623adc0738c329c9c07f9bd488. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a0c77d3f49a53efecb4e013df576a334fbd6c7623adc0738c329c9c07f9bd488, en de alinea staat in dat document op bytes 13457 tot 14472.