Citaat | Raad van State 24 december 2002
Alinea 21 Raad van State 24 december 2002
Een alinea uit Raad van State 24 december 2002, ECLI:NL:RVS:2002:AF2495.
2.1.1. Zoals de Afdeling reeds eerder heeft overwogen (zie haar uitspraak inzake nummer H01960154, JB 1997/7) moet bij de toepassing van artikel 8:58, eerste lid, van de Awb de laatste dag waarop nog nadere stukken kunnen worden ingediend, worden bepaald op de elfde dag voor de zitting, opdat - conform de strekking van de bepaling - tussen die dag en de dag van de zitting tien volle dagen beschikbaar zijn voor de rechter en voor de wederpartij(en) voor het bestuderen ervan en voor de voorbereiding van de behandeling ter zitting. Indien de stukken eerst op de laatste dag bij de griffie van de desbetreffende rechterlijke instantie binnenkomen en zij nog overeenkomstig artikel 8:39, eerste lid, van de Awb voor doorzending naar de wederpartij(en) dient te zorgen, zal daarmee ook enige tijd gemoeid kunnen zijn. Hierdoor wordt de termijn voor de wederpartij(en) verder bekort. Om een behoorlijk verloop van de procedure te verzekeren, dient daarom in het algemeen strikt de hand te worden gehouden aan de gestelde termijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f1bf97e45645c9f508856f0d8f34a291ab1d04917c882793e1b35e6fb692db94. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f1bf97e45645c9f508856f0d8f34a291ab1d04917c882793e1b35e6fb692db94, en de alinea staat in dat document op bytes 6870 tot 7914.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f1bf97e45645c9f508856f0d8f34a291ab1d04917c882793e1b35e6fb692db94 | shasum -a 256