Citaat | Raad van State 20 december 2002

Alinea 36 Raad van State 20 december 2002

Een alinea uit Raad van State 20 december 2002, ECLI:NL:RVS:2002:AF4985.

2.4. Uit het hiervoor weergegevene, bezien in samenhang met de door appellant gestelde Portugese nationaliteit, blijkt dat de inbewaringstelling uitsluitend is gebaseerd op de vaststelling dat het door appellant gebruikte paspoort vervalst was. Aldus is het proces-verbaal, waaruit blijkt dat is vastgesteld dat dat paspoort is vervalst, een op de zaak betrekking hebbend stuk, als bedoeld in voormeld artikel 8:42, eerste lid, van de Awb, dat de minister had behoren over te leggen. Mede aan de hand daarvan diende de rechtbank te beoordelen of de minister in dat proces-verbaal terecht grond heeft gevonden om appellant in bewaring te stellen. Ten onrechte heeft de rechtbank overwogen dat zij daarmee zou oordelen over de aanwending van een niet bij of krachtens de Vw 2000 toegekende bevoegdheid. Gelet hierop en op de betwisting door appellant van de bevindingen, in dat proces-verbaal gerelateerd, had de rechtbank de minister behoren te gelasten dat alsnog over te leggen en had zij het ter kennis van appellant moeten brengen. De grief treft doel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/508b04c49ea9e73ddf8319faae05c6855dfd07940fb25bb2bf121612832c258b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 508b04c49ea9e73ddf8319faae05c6855dfd07940fb25bb2bf121612832c258b, en de alinea staat in dat document op bytes 9063 tot 10131.